Taal, brein & leren

Abstracts Taal, brein & leren

Caroline Junge (Universiteit Utrecht) – Het babybrein: hoe leren baby’s hun moedertaal?
Het gehoor van baby’s ontwikkelt zich al in de baarmoeder. Steeds meer onderzoek wordt gedaan over hoe het babybrein zich vervolgens specialiseert in de moedertaal. In dit praatje zal ik de belangrijkste methoden, recente bevindingen en verklaringen toelichten. Het blijkt dat verschillende onderdelen van taal ieder hun eigen ontwikkelingen en kritieke periodes hebben. Zo zien we dat de dominantie van de linkerhemisfeer al vroeg optreedt als je talige versus niet-talige geluiden afspeelt, maar dat de moedertaal pas een effect op de hersenen begint te krijgen in het tweede semester. Waarschijnlijk is dit het gevolg door het ‘prunen’ van de bestaande hersenverbindingen. Verder zal ingegaan worden op factoren die de kritieke periodes kunnen veranderen, zoals het effect van prematuriteit  op de taalontwikkeling. In vergelijking met typisch-ontwikkelende kinderen is bij deze groep kinderen de blootstelling aan taal weliswaar gelijk, maar hun hersenontwikkeling is vertraagd. Wat voor gevolgen heeft dit op de kritische periodes? En hoe zit het met kinderen die juist wel normale hersenontwikkeling hebben, maar pas op latere leeftijd kunnen horen? Ten slotte wordt besproken hoe bepalend vroege individuele verschillen ook binnen de typische baby-populatie in de spraakperceptie zoals klankherkenning en woordsegmentatie kunnen zijn voor de verdere woordenschatgroei.

 

Constance Vissers (Radboud Universiteit, Kentalis) – Neuropsychologie en taalontwikkelingsstoornissen
Abstract volgt!

 

Annemiek Hammer (Hogeschool Utrecht) – Kinderen met TOS of gehoorbeperkingen samen in de klas: goed idee of niet?
In Nederland kunnen kinderen met taalontwikkelingsstoornissen (afgekort TOS) en kinderen met gehoorbeperkingen (doof of slechthorend, afgekort DSH) op indicatie onderwijsondersteuning uit cluster 2 krijgen. Op deze cluster 2-scholen krijgen dove en slechthorende kinderen vaak samen les. Het lesgeven aan kinderen met DSH en kinderen met TOS binnen één groep is niet onomstreden; staat menging van de doelgroepen de leeropbrengsten niet in de weg? In deze presentatie ga ik in op de vraag in hoeverre deze doelgroepen in taalprofielen en cognitieve profielen overeenkomen. Ik behandel de uitkomsten van 14 studies die tussen 2000 en nu zijn verschenen waarin een directe vergelijking tussen kinderen met TOS en DSH is gemaakt. Ik doe dit aan de hand van vier vragen: Is er overlap in taalprofielen van beide doelgroepen? Hoe verhoudt de taalontwikkeling van deze doelgroepen zich ten opzichte van de norm? Wat is het effect van het werkgeheugen op taaluitkomsten en wat is de rol van auditieve factoren in het leren van taal? Dit overzicht is relevant, omdat het een eerste inzicht geeft in de mate waarin er in het onderwijs tussen kinderen met TOS en kinderen met DSH gedifferentieerd zou moeten worden.

 
 

Dörte de Kok (Rijksuniversiteit Groningen) – Afasie 2.0: Digitalisering van diagnostiek en behandeling
Abstract volgt!