Sommige kinderen met TOS denken dat ze naar een speciale school gaan omdat ze niet kunnen huppelen of omdat ze niet goed zijn in Gym. Deze kinderen beseffen heel goed dat ze anders zijn, maar begrijpen niet waarom. Dat is schokkend en moet veranderen, maar hoe begin je een gesprek over de symptomen en gevolgen van TOS als een kind er zelf niet over praat? Samen met Janneke Ipenburg bedacht Esther een oplossing: Het taalmonster van Kaat: een prentenboek over leven met TOS.

Taalmonster als metafoor voor TOS
Dankzij het prentenboek van Janneke en Esther heeft TOS nu een eigen metafoor: een taalmonster. Dit taalmonster leeft in het hoofd van Kaat en maakt daar een enorme rotzooi van haar taal. De metafoor is een creatief idee van Janneke en op WijLogopedisten licht ze toe dat het monster ook een mooie manier is om te benadrukken dat TOS een externe factor is: “TOS zit wel in het kind, maar het kind is niet TOS”. Metaforen spreken tot de verbeelding van het kind en worden daarom wel vaker gebruikt om taal,- of ontwikkelingsstoornissen uit te leggen. Denk bijvoorbeeld aan het psycho-educatieve therapieprogramma “Jesse heeft dyslexie” van Esther Molenaar. In dit programma wandelt Jesse door een oerwoud, moet hij allerlei hindernissen overwinnen en worden op een speelse manier verschillende aspecten van dyslexie gekoppeld aan het oerwoud.

“Het taalmonster leeft in het hoofd van Kaat en maakt daar een enorme rotzooi van haar taal”

Van pestkop tot rommelkont
In eerdere versies van het verhaal was het taalmonster vrij bozig, tegen het pesterige aan. Uit een proefsessie waarin negen ouders en hun kinderen met TOS een digitale versie van het verhaal lazen, bleek zelfs dat sommige kinderen een beetje bang waren voor het monster. In reactie hierop werd het monster minder bozig en veranderde hij van pestkop in rommelkont.

Samen praten over TOS
Uit deze feedback bleek ook dat sommige kinderen moeite hadden met het figuurlijk taalgebruik. Ze gaven aan dat ze “helemaal geen monster in hun hoofd hadden”. Om ervoor te zorgen dat kinderen het verhaal toch op zichzelf betrekken voegden Esther en Janneke een aantal stuurvragen toe. Verspreid over het boek worden vragen gesteld als “Heb jij ook wel eens hulp nodig bij een opdracht?” en “Hoe kunnen anderen jou helpen met praten of begrijpen?”. De ouders van de proeflezers gaven aan dat deze stuurvragen hielpen om het gesprek over TOS te starten. De stuurvragen zorgden voor een natuurlijk moment om in gesprek te gaan en het boek even weg te leggen.

“Hoe begin je een gesprek over TOS als een kind er zelf niet over praat?”

Het taalmonster van Kaat in de praktijk en het onderwijs
Het verhaal is geschreven voor kinderen met TOS tussen de 7 en 10 jaar oud. Rond deze leeftijd komt bij kinderen het besef dat er iets ander is. Maar niet alleen kinderen zijn enthousiast over het verhaal, het prentenboek verscheen afgelopen najaar bij Levendig Uitgeverij en sindsdien heeft Esther veel enthousiaste reacties gehad van collega’s. “Collega’s vinden het fijn dat het boek er is, vinden de illustraties erg mooi en geven aan dat de emoties goed zichtbaar zijn” – aldus Esther. Esther is ervan overtuigd dat het prentenboek een rol kan krijgen tijdens de behandeling met de logopedist. Logopedisten kunnen het boek aanraden aan ouders en erover doorpraten met een ouder. Ook binnen het cluster 2 en het regulier onderwijs kan het boek helpen TOS bespreekbaar te maken. Het verhaal zorg er hopelijk voor dat klasgenoten van een kind met TOS beter begrijpen waarom hun klasgenootje met TOS zich niet goed in woorden kan uitdrukken, altijd traag reageert of soms ineens in woede uitbarst.

“Collega’s vinden het fijn dat het boek er is, vinden de illustraties erg mooi en geven aan dat de emoties goed zichtbaar zijn”

Verloting prentenboek

Het Taalmonster van Kaat kan besteld worden via Levendig uitgerij  (14,95). Daarnaast verloot de WAP-redactie een gratis exemplaar! Niet bang voor monsters? Laat dan hieronder uw naam en emailadres achter en loot mee (Deadline 14 april 2021).

Verloting "Het taalmonster van Kaat"

15 + 3 =