Print Friendly, PDF & Email

In november afgelopen jaar ging de documentaire Doof kind in première. In Doof kind geeft de maker een inkijkje in het leven van zijn dove zoon. De documentaire won de publieksprijs bij het Internationaal Documentaire Filmfestival Amsterdam (IDFA). Gastschrijver Esther Hermsen zag de film en schreef speciaal voor het WAP-bulletin een recensie.

Afgelopen voorjaar zag ik de aankondiging van de documentaire Doof kind langskomen. Ik dacht: “Die film wil ik zien.” Als gebarendocent ben ik geïnteresseerd in de verschillende culturen waarin horende, slechthorende en dove mensen (met elkaar) leven. Zo ook in de wereld waarin Tobias, 28 jaar en doof geboren, leeft. In Doof kind geeft Tobias ons een inkijkje in zijn leven.

Ik dacht: “Die film wil ik zien.”

Aan het begin van de documentaire, Tobias is hier in de 20, wordt er door een onbekende die hij ontmoet bij de bushalte voor hem gebeden om hem weer horend te maken. Maar dat is, zoals hij nu zegt, het laatste wat hij wil. In de documentaire zien we hoe Tobias met vallen en opstaan zijn identiteit opbouwt. Een identiteit waarin zijn doofheid geen beperking vormt. Tobias laat vooral veel trots, kracht, plezier en mooie momenten zien.

In de documentaire zien we hoe Tobias met vallen en opstaan zijn identiteit opbouwt. Een identiteit waarin zijn doofheid geen beperking vormt.

In zijn jonge jaren heeft Tobias ervaren dat de logopedist hard heeft gewerkt aan zijn uitspraak, tot frustratie en vingers van de logopedist in zijn mond toe. Door zijn fantastische, horende, familie groeit Tobias op met respect, gebaren en het gevoel dat hij mag zijn zoals hij is. Tobias werd geaccepteerd, zijn doofheid werd geaccepteerd en zijn keuzes werden geaccepteerd. Dit heeft hem gevormd tot wie hij nu is. Prachtig en ontroerend om te zien dat een gezin samen de doofheid omarmt.

Prachtig en ontroerend om te zien dat een gezin samen de doofheid omarmt.

Tobias’ moeder overlijdt op jonge leeftijd. Samen met zijn vader en oudere broer gaat Tobias op weg naar de toekomst. Beiden zijn gebarenvaardig, wat Tobias in staat stelt om zich te leren uiten, mooie ervaringen op te doen en om het leven door middel van humor ook leuk en luchtig te houden.

De documentaire is als een open boek, alles wordt getoond. Zowel de moeilijke momenten, zoals deel uitmaken van een horende maatschappij, de innerlijke pijn, zichzelf en zijn omgeving accepteren, maar ook de mooie momenten, zoals het geluk dat hij vindt in zichzelf en in zijn omgeving, en zijn opvoeding waar hij met veel warmte op terug kijkt.
Na het werken als gebarendocent aan de HU, waar hij horende studenten meeneemt in zijn dove wereld, besluit Tobias te gaan studeren aan de (enige) dovenuniversiteit, in Washington. “Een dorp, een paradijs”, aldus Tobias. Eén grote dovengemeenschap, waar werkelijk alles is ingericht op doven en slechthorenden; zelfs de politie kent gebaren. Meer en meer is Tobias ervan overtuigd dat doof zijn geen handicap is maar een identiteit, ZIJN identiteit!

Meer en meer is Tobias ervan overtuigd dat doof zijn geen handicap is maar een identiteit, ZIJN identiteit!

De documentaire heeft mij bewust gemaakt van het feit dat hulpverleners altijd zoveel mogelijk uit de behandeling willen halen. Dat is een mooi doel, maar verlies de cliënt (en het cliëntsysteem) hierbij niet uit het oog. Wat zijn hun doelen, wat zijn hun behoeften? Met de huidige technologie kan er bij baby’s al vanaf 3 maanden een cochleair implantaat geplaatst worden. Hierdoor kunnen er klanken en tonen ervaren worden, maar het spraakverstaan is niet vergelijkbaar met een goedwerkend gehoor. Het voorlichten en voorbereiden van de cliënt en het cliëntsysteem is hierbij belangrijk. Probeer als hulpverlener te kijken naar de cliënt, welke doelen hij wil stellen en wat je daarvoor nodig hebt. Horend of doof, samen maken we de wereld mooi.

Probeer als hulpverlener te kijken naar de cliënt, welke doelen hij wil stellen en wat je daarvoor nodig hebt. Horend of doof, samen maken we de wereld mooi.

Esther Hermsen werkt als NmG-docent en als pedagogisch behandelaar bij een vroegbehandelingsgroep voor peuters met een (vermoedelijke) TOS. In het voorjaar was zij onderdeel van theaterproductie Kijken, kijken, kijken. Deze voorstelling werd gespeeld door dove, slechthorende en goedhorende acteurs in gebarentaal, gesproken taal en geschreven taal.

Esther Hermsen

Gastschrijver WAP