Foto gemaakt door: Eelkje Colmjon

Op 12 oktober 2018 hield Onno Crasborn – hoogleraar Nederlandse Gebarentaal – zijn oratie aan de Radboud Universiteit. Een bijzondere dag, niet alleen voor Crasborn zelf, maar ook voor de dovengemeenschap. De oratie kreeg veel aandacht in de Nederlandse media, mede doordat het evenement gepaard ging met de actie “gebarentaal in elk klaslokaal”. De WAP-redactie blikt samen met Crasborn terug op deze dag: wat verandert er als je hoogleraar wordt, hoe verliep de actie en wat ziet Crasborn als zijn grootste missie?

Vlak na zijn benoeming tot hoogleraar in de Nederlandse Gebarentaal (december 2017) werd Onno Crasborn regelmatig gevraagd of deze benoeming daadwerkelijk iets in zijn werkzaamheden zou veranderen. Zijn antwoord was steevast: “dat zal wel meevallen, ik ga alleen iets meer verdienen”. Nu, ruim een jaar verder, realiseert Crasborn zich dat er wel degelijk dingen zijn veranderd. Hij merkt dat mensen op een andere manier naar hem kijken en dat hij daardoor meer voor elkaar kan krijgen. Crasborn ziet het dan ook als zijn verantwoordelijkheid om daar iets mee te doen, zoals bijvoorbeeld het starten van initiatieven die als doel hebben het tweetalig gebarentaalonderwijs in Nederland beter te organiseren.

WAP-Verloting

De WAP-redactie verloot 5 exemplaren van het “doe het zelf en ontdek gebarentaal”-werkboek. Lees verder voor meer informatie over deelname aan de loting en het werkboek.

Vlaams succes
Crasborn leerde van onze Belgische buren dat dit soort initiatieven eigenlijk alleen een succes worden wanneer invloedrijke, enthousiaste figuren zich ervoor inzetten. Hij legt uit dat gebarentaal in Vlaanderen sinds tien jaar officieel als taal wordt erkend. Deze erkenning heeft, mede dankzij de inzet van jonge mensen uit de Vlaamse dovengemeenschap, geleid tot een aantal heel mooie ontwikkelingen: “Horenden zijn al snel tevreden en denken dat dove kinderen al voldoende meekrijgen als ze een cochleair implantaat hebben of als er een tolk in de klas aanwezig is. Helaas is dat niet zo. 

Gelukkig slaan jonge Vlaamse doven nu met de vuist op tafel: ze willen dat hun eigen kinderen straks volledig tweetalig onderwijs kunnen volgen. Alleen op die manier hebben deze kinderen de mogelijkheid om volledig mee te draaien in de maatschappij en bijvoorbeeld tandarts te worden. Deze assertieve houding werpt zijn vruchten af: Vlaanderen heeft inmiddels een universitaire tolkenopleiding en er wordt gewerkt aan beter tweetalig onderwijs.” Met initiatieven als gebarentaal in elk klaslokaal en zijn stichting Groots Gebaar hoopt Crasborn ook zulke veranderingen in het Nederlandse onderwijssysteem teweeg te brengen.

Goed voorbeeld doet volgen
In Nederland is het voor ouders van dove kinderen moeilijk om tweetalig onderwijs voor elkaar te krijgen. Dit komt mede door het passend onderwijs en doordat ouders zich vaak niet bewust zijn van de mogelijkheden (en het bestaan) van gebarentaal. Ouders volgen wel een gebarentaalcursus, maar zo’n cursus is meestal gericht op kinderen tussen de nul en vier jaar. Zodra de kinderen ouder worden, blijven de ouders achter: zij kunnen alleen nog praten over knuffels, luiers en een plasje doen terwijl hun kinderen verder groeien. Net als de verwerving van gesproken talen, verloopt ook gebarentaalontwikkeling van kinderen sneller dan van volwassenen. Volgens Crashborn is het daarom belangrijk dat horende ouders van dove kinderen enerzijds worden ondersteund in het vinden en volgen van geschikte gebarentaalcursussen, maar moeten ze anderzijds ook gestimuleerd worden om een dove oppas of dove kinderopvang voor hun kind te zoeken.Alleen op die manier krijgen dove kinderen (met horende ouders) in de voorschoolse leeftijd voldoende en gevarieerd taalaanbod. De stichting Groots Gebaar en de website doofgewoon.nl zijn opgericht om deze twee doelen te bereiken: “De website maakt duidelijk dat doof zijn heel gewoon is en dat dove mensen heel gelukkig zijn. Via positieve verhalen hopen we dat ouders zich bewust worden van de mogelijkheden voor hun kind. Het zijn immers de verhalen van succesvolle doven – zoals bijvoorbeeld de Vlaamse Annelies Kusters die carrière maakt in het buitenland (ze ontving recentelijk een prestigieuze wetenschappelijke onderzoeksbeurs waarmee ze onderzoek kan gaan doen aan de Heriot Watt Universiteit in Edinburgh) – die energie geven” – aldus Crasborn.    

Gebarentaal voor horende kinderen (in elk klaslokaal)
De stichting en de website richten zich op dove kinderen en hun ouders. De actie Gebarentaal in elk klaslokaal, die Crasborn van start liet gaan rondom zijn oratie, richt zich op horende kinderen: “We kunnen ons wel steeds bezig houden met de dovengemeenschap en met wat zij nodig hebben, maar dan blijft het een klein probleem van een kleine groep mensen en kom je dus snel in een vicieuze cirkel terecht. Als iedereen nu eens gebarentaal leert, dan maakt het ineens niet meer uit waar je opgroeit. Er is overal wel een beetje gebarentaal en als er dan een doof kind in de klas komt, dan kan het niveau gemakkelijk opgeschaald worden. Dove kinderen en hun ouders zullen zich meer welkom voelen en op de lange termijn werkt dat effectiever”. Crasborn vervolgt: “Horenden onderschatten ook het nut van gebarentaal: visuele communicatie is bijvoorbeeld heel handig in de kroeg, tijdens een feestje of op een druk station. En denk ook aan ouderen: veel ouderen worden langzaam slechthorend. Hun kleinkinderen zitten op de basisschool en als ze daar wat gebarentaal leren, levert dat allerlei nieuwe communicatiemogelijkheden op. Het is uiteraard een illusie dat iedere Nederlander vloeiend gebarentaal zal gaan spreken, maar het mooie is dat gebaren al snel met het Nederlands gecombineerd kunnen worden.  En hoewel het gebruik van deze spraakondersteunende gebaren niet verward mag worden met gebarentaal (zie ook het artikel over de drie mythes rondom gebarentaal in ditzelfde nummer), zouden veel doven en slechthorenden al enorm geholpen zijn als we in heel Nederland meer zouden communiceren met ondersteunende gebaren.”

Gebarentaal in elk klaslokaal: de actie
Om alle kinderen tussen 7 en 14 jaar op hetzelfde moment kennis te laten maken met de Nederlandse gebarentaal is de actie gebarentaal in elk klaslokaal opgezet. Om zoveel mogelijk scholen op de dag van Crasborn zijn oratie aan de slag te laten gaan, konden scholen een “Doe-het-zelf en ontdek gebarentaal”-werkboek bestellen. In de aanloop naar de oratie werden er 2500 werkboekjes verkocht. Crasborn denk dat er meer kinderen hebben meegedaan: “Veel scholen en vrijwilligers bestelden het minimale aantal boekjes (minimaal 5) en gaven de kinderen vervolgens kopietjes om mee aan de slag te gaan”. Op heel schoolgaand Nederland is 2500 (ongeveer 100 tot 150 klassen) natuurlijk niet heel veel, maar benadrukt Crasborn, we hebben dit wel binnen twee weken bereikt. Pas twee weken voor zijn oratie kreeg hij een telefoontje van Nienke en Ramon Fluitman die het werkboek ontwikkeld hebben. Nienke en Ramon (gebaren.nl) hadden via via begrepen dat Crasborn op de dag van zijn oratie gebarentaalles wilde geven op een basisschool in Nijmegen en stelden voor om de actie uit te breiden naar heel Nederland. In eerste instantie vond Crasborn het een belachelijk idee: “zo’n actie vergt veel voorbereiding en we hebben maar twee weken”, maar Nienke bleef enthousiast en gaf aan de juiste contacten (in de media) te hebben. Een website werd opgezet, de actie ging van start en werd een succes.

 

Afbeelding (voorbeeld) komt van de website: gebarentaalinelkklaslokaal.nl 

Zelf met het werkboek aan de slag?
Het mooie van het “Doe-het-zelf en ontdek gebarentaal”-werkboek is dat kinderen uit de bovenbouw van de bassischool en uit de onderbouw van de middelbare school er zelf mee aan de slag kunnen. Kinderen uit de middenbouw van de basisschool hebben iets meer begeleiding nodig, maar hier geldt dat de leerkracht zelf geen kennis hoeft te hebben van de gebarentaal: “Net zoals een leerkracht kan vertellen over Zuid-Amerika zonder daar zelf geweest te zijn, zo kan deze lesstof onderwezen worden” – aldus Crasborn. Het werkboek komt met een lesbrief waarin uitleg en tips gegeven worden: er kunnen bijvoorbeeld dove vrijwilligers in de klas langskomen, maar dat is zeker geen vereiste. Crasborn schat in dat er ongeveer tien lesuren gevuld kunnen worden met het werkboek en het bijbehorende filmmateriaal (online beschikbaar).

Een goed begin
Crasborn realiseert zich dat de lessen uit het werkboekje niet te vergelijken zijn met een volledig tweetalig onderwijssysteem. Voor dat laatste heb je immers geschoolde docenten (en het liefst moedertaalsprekers van gebarentaal) nodig. Toch zou het al mooi zijn als er overal in Nederland, door middel van dit werkboek, aandacht komt voor gebarentaal. Wanneer er op een groot aantal scholen een beetje aandacht is voor gebarentaal en op een paar scholen echt serieus tweetalig onderwijs gegeven wordt, dan zijn we immers al een hele stap verder. 

Verloting Werkboekjes

Het “Doe-het-zelf en ontdek gebarentaal werkboek” kan nog steeds besteld worden via de website van Gebarentaal in elk klaslokaal. In 26 pagina’s ontdekken kinderen zelf wat gebarentaal is. Een werkboek kost 2,50 euro per kind. Van ieder verkocht werkboek gaat 25 cent naar de stichting Groots Gebaar.

De WAP-redactie verloot 5 gratis exemplaren van het werkboek. Interesse? Loot dan voor 20 maart mee door in het onderstaande formulier je naam en emailadres achter te laten.

Verloting werkboek "Doe het zelf en ontdek gebarentaal"

7 + 9 =

Ook nieuwsgierig geworden naar het onderzoek van Crasborn?

Crasborn is één van de sprekers op de Dag van de Grammatica (16 maart 2019). Hij geeft dan een lezing getiteld: “Spraakondersteunende gebaren: twee grammatica’s tegelijk?”. Lees hier meer over het programma van de Dag van de Grammatica.  

Verder kijken:

Bekijk ook de video (geplaatst door Marc van Oostendorp) waarin Onno de actie “Gebarentaal in elk klaslokaal” zelf toelicht.

Verder lezen over Gebarentaal:
www.gebaren.nl

www.doofgewoon.nl

www.gebarentaalinelkklaslokaal.nl

https://www.grootsgebaar.nl