Lobna Abdo

Beleidsmedewerker Inburgering en Taal bij Gemeente Amsterdam

Dag allemaal!

Mijn naam is Lobna Abdo. Het is een Arabische naam en betekent ‘storaxboom’ of ‘geliefde vrouw’. Waarom een Arabische naam? Omdat ik een Arabische vrouw ben, afkomstig uit Syrië. Ik ben meertalig en spreek Arabisch, Engels en Nederlands. Sinds 2017 woon ik met mijn gezin in Nederland. Vanaf het moment dat ik hier kwam, heb ik een passie voor het Nederlands ontwikkeld en heb ik de taal snel geleerd.

Ik volg de master Nederlands als tweede taal en meertaligheid aan de UvA en ben bezig met mijn scriptie. Daarnaast werk ik sinds oktober 2022 als beleidsadviseur Inburgering en Taal bij de gemeente Amsterdam. Ons team bestaat uit twee subteams: het team Inburgering en het team Volwasseneneducatie. Van beide teams heb ik dossiers in mijn portefeuille.

Vandaag wil ik jullie graag meenemen in een werkweek uit mijn leven, waarin ik met veel plezier werk aan verschillende projecten en uitdagingen die met de taal te maken hebben.

Maandag 27 mei

Vandaag was een typische maandag op kantoor, maar toch met enkele bijzondere momenten. Mijn werkplek is aan de Amstel 1 in Amsterdam, hoewel ik meestal twee dagen vanuit huis in Anna Paulowna werk en twee dagen op kantoor ben. Deze maandag begon vroeg; ik was al op tijd wakker om te reizen.

De dag startte met de wekelijkse teamvergadering van volwasseneneducatie. In ons team richten we ons op de taalbehoeften van Amsterdammers die moeite hebben met lezen, schrijven, rekenen, en digitale vaardigheden, zoals NT2’ers en NT1’ers. Tijdens de weekstart delen we vragen en successen die te maken hebben met onze dossiers en bespreken we nieuwe onderzoeken op het gebied van NT2 of laaggeletterdheid.

Deze weekstart begon echter anders dan gewoonlijk. De eerste tien minuten keken we naar een live-stream van de gemeente. Onze coördinator Dorien presenteerde hierin het Taaloffensief 2024-2027. Het Taaloffensief is een initiatief van de gemeente om de basisvaardigheden van Amsterdammers te verbeteren en laaggeletterdheid onder volwassenen te bestrijden. Het professionele aanbod van het Taaloffensief bestaat uit cursussen die taal-, reken-, en digitale vaardigheden verbeteren.

Na de weekstart nam ik plaats achter mijn laptop met een kopje koffie. Tijd om de e-mails te beantwoorden en daarna te lunchen. De middag begon met ons wekelijks overleg van het team Inburgering. We zijn druk bezig met de implementatie van de nieuwe Wet Inburgering. Tijdens het overleg bespreken we praktijkervaringen en zoeken we oplossingen voor complexe casussen, zodat inburgeringsplichtigen hun trajecten succesvol kunnen afronden.

Na een korte koffiepauze had ik een overleg met collega’s van de afdeling Werk, Participatie en Inkomen en de afdeling Inkoop. We zijn bezig met de aanbesteding voor de participatie-uren van de Z-route van de nieuwe Wet Inburgering. Deze route is bedoeld voor inburgeringsplichtigen die weinig of geen scholing hebben gehad in hun land van herkomst. Deelnemers moeten 800 uur taalles volgen en daarnaast 800 uur participeren, wat onder andere kan worden ingevuld met betaald of onbetaald werk of arbeidsoriëntatie. Het doel is dat zij duale trajecten volgen, waarbij het leren van de taal op school versterkt wordt door het gebruik van de taal tijdens de participatie-uren.

Na het beantwoorden van nog wat e-mails en het doornemen van diverse documenten, was de werkdag voorbij. Het was weer tijd om terug naar Anna Paulowna te reizen.

Een drukke, maar productieve maandag.

 

Dinsdag 28 mei

Vandaag begon mijn werkdag met het afnemen van een taaltoets voor een paar kandidaten voor de kinderopvangopleiding. Deze kandidaten waren aangemeld door het Regionaal Werkcentrum. Door de toets stellen we het taalniveau van de kandidaten vast om te bepalen of ze tijdens de opleiding een taalcursus nodig hebben, aangezien ze bij het afronden van de opleiding taalniveau 3F/B2 moeten behalen. Daarnaast beoordelen we of de kandidaten de capaciteit hebben om de opleiding succesvol af te ronden met behulp van een taalcursus. Hierbij letten we bijvoorbeeld op leeftijd, vooropleiding en de duur van hun verblijf in Nederland. Als een kandidaat een taalcursus nodig heeft, komt hij/zij in aanmerking voor een gratis taalcursus in het kader van het Taaloffensief, perceel twee ‘werk en scholing’.

Misschien vraag je je af waarom de gemeente dit zelf doet. Dat is een goede vraag! Vorig jaar is de gemeente Amsterdam gestart met het toetsen van kandidaten die zich willen omscholen naar een tekortsector. Hierbij maken we gebruik van de NT2-expertise die mijn collega Damayanti Gunawan en ik al in huis hebben.

Na de taaltoets had ik een gesprek met twee coördinatoren, derdejaars stagiaires, van de Academie van de Stad in het kader van het project Educoach. Dit project is een samenwerking tussen de gemeente Amsterdam, de Hogeschool van Amsterdam en de Academie van de Stad. Het project zet stagiaires in ter ondersteuning van het Taaloffensief en de inburgeringstrajecten. Deze ondersteuning vindt plaats tijdens en buiten de taallessen, waarbij Amsterdammers met taalbehoeftes geholpen worden in hun leerproces. Ook werken we aan hun zelfvertrouwen, zodat ze de taal uiteindelijk buiten de taalles meer gaan gebruiken. Aan de andere kant biedt dit project stagiaires de kans om kennis te maken met een diverse doelgroep, waarmee ze anders niet snel in aanraking komen.

Tijdens ons driewekelijks gesprek bespreek ik met de twee coördinatoren hoe het met de stagiaires gaat en of er bijzonderheden of problemen zijn die opgelost moeten worden om het traject goed te laten verlopen.

Na een korte koffiepauze was het tijd voor het afstemmingsoverleg van Volwasseneneducatie. Samen met een collega van de uitvoering bespraken we verschillende casussen en signalen uit de praktijk. We zijn momenteel bezig met de implementatie van het Taaloffensief 2024-2027.

Het volgende gesprek ging over een mogelijk aanbod voor slechthorende en dove Amsterdammers van wie het Nederlands de tweede taal is. We onderzoeken nu hoe we dit aanbod kunnen creëren en financieren, zodat deze Amsterdammers de kans krijgen om te participeren in de samenleving. Ook willen we een aanbod ontwikkelen voor inburgeringsplichtigen die onder de nieuwe Wet Inburgering vallen, omdat deze inburgeraars onder de nieuwe wet niet automatisch ontheven worden en dus de taal moeten leren.

Vervolgens was het weer tijd om achter mijn laptop te zitten. Ik moest de taaltoetsen nakijken en de bijhorende verslagen schrijven, en natuurlijk de e-mails beantwoorden. Daarna kon ik weer terug naar huis reizen.

 

Woensdag 29 mei

Vandaag was een dag om thuis te werken, wat altijd een beetje extra ontspanning geeft, vooral omdat ik minder vroeg wakker hoef te worden. Ik had drie Teams-vergaderingen op de planning staan. De eerste en de derde vergadering gingen over de aanbesteding van de participatie-uren van de Z-route. We zijn volop bezig met dit proces en het vordert gestaag!

Tussen deze vergaderingen door had ik een gesprek met een collega van de uitvoering, een teammanager. We bespraken de toekomstvisie voor het toetsen van deelnemers en brainstormden over hoe we dit kunnen inrichten en uitbreiden.

Omdat ik vandaag minder vergaderingen had, kon ik meer tijd besteden aan het maken van het kwaliteitskader voor de trajecten van het Taaloffensief en Inburgering. Hier werk ik momenteel samen met mijn collega Damayanti aan. De gemeente Amsterdam is de opdrachtgever voor zowel de cursussen van het Taaloffensief als voor de inburgeringscursussen. Daarom is het belangrijk dat we ervoor zorgen dat Amsterdammers de beste taallessen krijgen, gebaseerd op de kwaliteitscriteria die de gemeente hanteert.

Om 18.00 uur was het tijd om te stoppen met werken. Het beste van thuiswerken? Geen reistijd! Dat vond ik heerlijk en het gaf me wat extra tijd om te ontspannen aan het einde van de dag.

 

Donderdag 30 mei

Vandaag was een kantoordag! Vroeg opstaan en snel op weg naar Amsterdam. Ik begon de dag met een lang overleg met mijn collega Damayanti over het kwaliteitskader. We werkten drie uur lang samen aan het bestand, zij aan zij. Deze taak is niet eenvoudig, maar ik vind het erg leuk, vooral omdat ik dit kan doen met een collega die ook een NT2-expert is. Onze discussies over het leren van Nederlands als tweede taal zijn altijd boeiend, vooral omdat Damayanti een soort mentor voor me is. Haar 40 jaar ervaring op het gebied van NT2 is een waardevolle bron van kennis voor mij.

Voordat ik naar mijn volgende gesprek ging, had ik ruim de tijd om mijn e-mails te beantwoorden. Uiteraard begon ik deze tijd met een lekker kopje koffie.

Mijn dag eindigde met een overleg over het traject “Gezinsaanpak bij laaggeletterdheid en armoede” van stichting Himilo. Dit project richt zich op vluchtelingengezinnen in Amsterdam die in armoede leven en laaggeletterd zijn. De doelen van het project zijn onder andere het verbeteren van de Nederlandse taalvaardigheden van zowel de ouders als de kinderen, het voorkomen en wegwerken van taalachterstanden bij kinderen, en het geven van inzicht aan ouders in de talige en sociaal-emotionele ontwikkeling van hun kinderen. Daarnaast leren de ouders hoe ze hun kinderen kunnen ondersteunen in hun taalontwikkeling, hoe ze beter met elkaar kunnen communiceren, en wordt de kennisuitwisseling onder ouders gestimuleerd. De kennis en ervaring die zijn opgedaan binnen de Somalische gemeenschap worden op deze manier ook overgedragen aan andere vluchtelingengemeenschappen.

De ITTA UvA en Open Embassy hebben van de gemeente Amsterdam de opdracht gekregen om een monitoring- en evaluatieonderzoek uit te voeren naar de aanpak van Himilo. Samen met mijn collega Ans, die ook een soort mentor voor me is, ging ik naar het overleg. Het vond plaats bij Open Embassy. Aan tafel zaten we met gesprekspartners van stichting Himilo, ITTA en Open Embassy om de resultaten van de nulmeting van het project te bespreken. Dit waardevolle gesprek was een mooie afsluiting van mijn werkweek.